Sinds
het eind van de jaren dertig klinkt het slagwerk in de jazz als een vloeiend
doorlopende bekkenpuls waar zo nu en dan, het liefst een beetje op tijd,
trommelaccenten in geplaatst worden. Een ‘son continuo’ met
leestekens. Grote drummers wisten binnen die opvatting altijd nog wel wat
meer te doen dan dat, maar anders werd het pas in de ritmesecties van Ornette
Coleman, zo aan het eind van de jaren vijftig. Ornettes stelregel: "speel
de muziek, niet de achtergrond", betekende voor zijn
drummers dat ze zich dienden te mengen in het solistisch betoog van de
solisten. Vanaf dat moment werd slagwerk spelen een kwestie van ritmisch,
en melodisch en harmonisch denken, van muziek maken kortom.
Misschien vroeg Ornette wel wat
teveel. Na Ed Blackwell en Billy Higgins bleken slechts weinig slagwerkers
in staat het hooggestemd ideaal bevredigend in praktijk
to brengen. Muzikale drummers, het blijven uitzonderingen.
Bassist Theo Hoogstins vond in Amsterdam
slagwerker Zjenja Guberman. Uit Sint Petersburg, maar al kwam hij uit Rapenburgerveen:
dit is hem. Guberman is een en al oor, een en al welluidendheid. Hij trekt
rijke zuilen van boventonen
uit zijn setje, plaatst scherpe
tegenzetten en parallel commentaar in de zinnen van de solisten; hij structureert,
organiseert en rondt af.
Guberman heeft hetzelfde gevoel
voor levendigheid, voor wat muziek doet ademen, als Hoogstins.
Diens baslijnen bijvoorbeeld - je hoort het het beste in zijn ballads -
mogen gerekend worden tot de fraaiste die er momenteel in Nederland
rondgaan. Niet toevallig is Hoogstins ook een meer dan middelmatig begaafd
componist. Dit keer bevatte zijn groep slechts twee blazers,
maar wat hij daar voor schrijft, klinkt naar meer. Niet alleen omdat hij
de trompet-saxofooncombinatie aanmerkelijk groter laat klinken
dan ze eigenlijk is, maar ook omdat zijn materiaal vol zit met wijdse perspectieven.
De blazers, Kees Oosterwijk en Hans Leeuw - onvermoede ontdekkingen trouwens
- deden er hoorbaar hun voordeel mee. Een prachtig
kwartet, deze Hoogstins 4.
RENZE DE VRIES