Nieuwsblad van het Noorden 24/03/1994


Hoogstins 4 is een uitzonderlijk kwartet
Gebeurtenis: Concert door Hoogstins 4, met Hans Leeuw (trompet, bugel), Kees Oosterwijk (tenorsaxofoon), Theo Hoogstins (contrabas) en Zjenja Guberman (drums). Gehoord: 23 maart in Huize Maas, Groningen. Publiek: 60.

Sinds het eind van de jaren dertig klinkt het slagwerk in de jazz als een vloeiend doorlopende bekkenpuls waar zo nu en dan, het liefst een beetje op tijd,  trommelaccenten  in geplaatst worden. Een ‘son continuo’  met  leestekens. Grote drummers wisten binnen die opvatting altijd nog wel wat meer te doen dan dat, maar anders werd het pas in de ritmesecties van Ornette Coleman, zo aan het eind van de jaren vijftig. Ornettes stelregel: "speel de muziek,  niet  de  achtergrond", betekende voor zijn drummers dat ze zich dienden te mengen in het solistisch betoog van de solisten. Vanaf dat moment werd slagwerk spelen een kwestie van ritmisch, en melodisch en harmonisch denken, van muziek maken kortom.
Misschien vroeg Ornette wel wat teveel. Na Ed Blackwell en Billy Higgins bleken slechts weinig slagwerkers   in   staat  het hooggestemd ideaal bevredigend in praktijk to brengen. Muzikale  drummers,  het blijven uitzonderingen.
Bassist Theo Hoogstins vond in Amsterdam slagwerker Zjenja Guberman. Uit Sint Petersburg, maar al kwam hij uit Rapenburgerveen: dit is hem. Guberman is een en al oor, een en al welluidendheid. Hij trekt rijke zuilen van boventonen
uit zijn setje, plaatst scherpe tegenzetten en parallel commentaar in de zinnen van de solisten; hij structureert, organiseert en rondt af.
Guberman heeft hetzelfde gevoel voor levendigheid, voor wat muziek doet ademen, als Hoogstins. Diens baslijnen bijvoorbeeld - je hoort het het beste in zijn ballads - mogen gerekend worden tot de fraaiste die er momenteel  in  Nederland rondgaan. Niet toevallig is Hoogstins ook een meer dan middelmatig begaafd componist. Dit keer bevatte zijn groep slechts twee blazers, maar wat hij daar voor schrijft, klinkt naar meer. Niet alleen omdat hij de trompet-saxofooncombinatie aanmerkelijk  groter  laat klinken dan ze eigenlijk is, maar ook omdat zijn materiaal vol zit met wijdse perspectieven. De blazers, Kees Oosterwijk en Hans Leeuw - onvermoede ontdekkingen trouwens - deden er hoorbaar hun voordeel mee. Een prachtig  kwartet,   deze Hoogstins 4.
RENZE DE VRIES